Bram Roza Festival 2018

Dichter van de Hoeksche Waard 2021-heden

Rick Jan is naast zijn werk actief als dichter, schilder en etser. Ook is hij kerkorganist in de PKN-kerk te Numansdorp en Willemstad. De combinatie van gedichten, muziek en schilderkunst voegt aan de beleving van zijn gedichten een extra dimensie toe.
In de komende periode wil de nieuwe Dichter van de Hoeksche Waard zich laten inspireren door de actualiteit van het eiland. Ook schuwt hij niet om op uitnodiging van instellingen en bij bijzondere gebeurtenissen van zich te laten horen. De Hoeksche Waard heeft opnieuw een boeiende persoonlijkheid die een bijdrage wil leveren om poëzie onder een breed publiek bekend te maken.

Het witte vel als ijsberg, tegemoet
de ijdele hoop van er zal nu toch wel iets komen
ter inspiratie die gedachten vrij laat stromen
een thema, dat mijn dichthart kloppen doet?

Mijn bloeddruk stijgt, de adem mij ontnomen
De zee van twijfel bruist, weg is mijn overmoed
van “ach dat komt nog wel” naar “komt dit nog wel goed?”
en slapeloze nachten met penarie-dromen

De vingers rond de pin, de hand om de granaat
nu is het zaak de scherven te ontwijken
en doodvermoeid druk ik me in mijn bed

En dat, is dan de laatste zet
het ochtendgloren doet het anders lijken
de vonk is terug die mij in leven laat

Rick Jan Hitzerd©

Abraham Rood
Oud Beijerland 28 November 1894 – Auschwitz 30 September 1942

Ik ben zo terug …

Die hele dag liep hij als uitverkoren, doodverloren.
En ‘s nachts heeft hij misschien zijn vrouw nog eenmaal aangeraakt.
Bij ochtendgloren voor het laatst als paar ontwaakt
en in de slagerswoning is sindsdien niets meer te horen.

Zij die de Jodenspot en hoon verdroegen
op ‘t Christelijke eiland, in die barre tijd,
en toen door Duitse hand de weg insloegen
die tot hun aller einde heeft geleid.

Ze raakten in dat ochtenduur hun hele leven kwijt.
De dijk stond vol, een ieder was gekomen.
‘t Gezin van Bram verloor de toekomst en de dromen.
Gedoofde Davidsterren in het mysterie van de tijd.

In de wagon verstomde zacht de stem van slager Rood.
Direkt na aankomst in het kamp vernietigend vergast.
Oud-Beijerlandse sleutelbos in een museumkast.
Ik ben zo terug… Nu is het stil, geen mens die redding bood.

En in die Mei-minuten van vandaag
voel ik verloren Jiddisjkeit, gemis.
Ik terg mezelf met steeds dezelfde vraag.
Een vraag waarop, in eeuwigheid, geen antwoord is.

 

Rick Jan Hitzerd©

Laat warme wind ‘t gezaaide strelen
Hergeef mijn akker groen gezicht
Verguld in ‘t zachte lentelicht
zodat mijn winterwonden helen

Bloei in mijn blik, mijn mond, mijn woorden
Groei in mijn zijn, in wat ik ben
Rijp in de vruchten van mijn pen
Beplant mijn diepst verborgen oorden

In dat verlangen wil ik dromen
Het nieuw seizoen mij toebedeeld
Mijn hart verdrinkt in een nieuw lied

Van fris gazon en volle bomen
Mijn zoon stapt buiten, roept verveeld
Zeg pap, de WIFI doet het niet

 

Rick Jan Hitzerd©

Onder het oordeel van de wolken draag jij de schemeraar, middagvluchter en de nachtdieren.
Golven breken tegen je fundament in oxidatiegroen, verbinder onder grijze lucht.
Je arm bijtijds omhoog om niet geraakt te worden door de masten.
Witte windreuzen langs je strak afgetrainde taille, je rood-wit gestreepte Beaufort-bazuinen, waterpas.
Het Hollands Diep glippend door jouw peilervingers in het Haringvliet.
Bazalt-zwarte burgervaders van weleer in innige omhelzing.
Op jouw tijd wordt alles stil gezet.
Stilgezet.
De talloze lichamen van hen die op jou hun dood vonden.
De dood die in de mist op het onvermijdelijke stond te wachten.
Mijn brug naar liefde en verleden liefde.
Naar kerk en kroeg, naar zee, Paris, d’Anvers en het stadje aan de Zoom.
Zo anders dan je noorden-vriend, de tunnel-trechter van de dagelijkse arbeidspolonaise.
Mijn toevluchtslijn naar overige bestemmingen op Gandalf, Oliva en Blauwe schuit.
En zeilende hoor ik het kloppen van jouw asfalthart in driftig geraas.
Dan glimlach ik een ogenblik.
Ontsnapt aan het moeten.

 

Rick Jan Hitzerd©

Glimlachend wakker, kakelende kinderstemmen
Rolgordijn omhoog, trilling tot de tenen
Één nacht, mijn polderwereld onder de deken van jeugdwinters

Steenkoud slaapkamertje, wollen deken als een plank
In blauw-badstof pyjama, geklommen op het bureautje
Vingernageltjes krassend langs de ijsbebloemde ruit

Muffe zolder op, de schaatsen
Roestige botte Friese doorlopers, drukken de pret niet
Gebroken veters hopeloos aan elkaar geknoopt

Wantjes aan een touwtje door mijn mouwen
Goedbedoelde gebreide rode kriebel-muts met dito kriebel-sokken
Stiekem likken aan lange ijspegels, dakgootdolken

Rammelende kwartjes, roze koek, trekdrop, schuimblok en choco
Rode oren, het zoute snot in je stijfbevroren sjaaltje
Geroezemoes, snikhete kantine, punchgeur, zware shag en erwtensoep

De taal van rode kachelstriemen op je billen
Laatste rondje in het donker, accordeonklanken verstommen in krakend twijfel-ijs
Schaatspunt in een scheur en op je platte

Veel te laat thuis maar moeder is niet boos
Strompelend op zeiknatte sokken de woonkamer in
Dampend voor de gaskachel, nog eens kind te zijn

 

Rick Jan Hitzerd©

Als op een dinsdag in dit leigrijs krochtig leven
De wanhoop naarstig mijn wat wankele kuiten tart.
Het Oudjaarslied omfloerst in streng verstikkend zwart
Gelukkig is dit niet heel lang gebleven

Mijn tred, veel lichter dan ik ooit had durven dromen, alwaar geen zwarte pakken zijn
Geen hoge hoed of kraaienkners
Noch dissonant of klaagelijk rouwend vers
Een komend jaar waar het Jouw zal zegevieren in het Mijn.

Jij wakkert mij met liefde aan, mijn boei en ankerlicht
Jij immers kent mijn zijn, mijn leeuwen en mijn beren
De twijfel zal in het vlammen van jouw geest tot as verteren
Het duwtje in de rug, het boek van droefenissen dicht

Dus heffen wij in vlucht de groezelige glazen en treurig is dat dikwijls niet
De naam van wat er klotst van secundair belang
Het promillage zorgt voor frisgebloemd behang
Het eiland-dichterschap in het verschiet

Het komend jaar zal beter zijn misschien
Al zit dat niet in hele grote dingen
Van tijd tot tijd, je ziel uitwringen
In wat nog komt maar wat je niet kunt zien

Het woelen in de aarde en naar sterren willen reiken
De morgen die in alles past, een nieuw begin
Ik loop verrukt de ogen van mijn lezers in
Mijn woeste zee omringd door dichters-dijken

En in de opium van het gesproken woord
Kijk ik je aan en zie in dit gedicht
Jouw beeld ontstaan in Januari-licht
De oproep aan de dichter, kom aan boord!

 

Rick Jan Hitzerd©